Galenus Researchprijs 2010 voor dr. Roos Masereeuw
 
Op maandag 12 juli jl. werd de Galenus Researchprijs 2010 toegekend aan dr. Roos Masereeuw, zij kreeg een gouden plakkaat en een geldbedrag van € 5.500. Het was prof. dr. A.F. Cohen, directeur van het Centre for Human Drug Research in Leiden, die de Researchprijs 2010 uitreikte in CORPUS te Oegstgeest. Het was de achttiende editie van dit evenement, dit jaar voor het eerst georganiseerd door de Stichting Galenusprijs Nederland. Hoofdsponsors van de Galenusprijzen zijn Van Zuiden Communications B.V. (uitgever van onder andere Oncology News International en Modern Medicine) en de KNMP (Galenus Researchprijs 2010).

 Prof. dr. H. Timmerman, dr. R. Masereeuw en prof. dr. A. Cohen  (foto: Bart Versteeg)

Mw. dr. R. Masereeuw, is universitair hoofddocent bij de afdeling Farmacologie-Toxicologie van het UMC St. Radboud in Nijmegen. "Belangwekkend en zeer actueel", noemde juryvoorzitter prof. dr. H. Timmerman het researchonderwerp van Masereeuw. Timmerman, emeritus hoogleraar Farmacochemie aan de Vrije Universiteit Amsterdam, omschreef dat onderwerp zo: "De rol van de ABC-transporters bij acute nierschade door geneesmiddelen en bij het daarop volgende - gelukkig mogelijke - herstel." Het onderzoek van Masereeuw omvat niet alleen een dierexperimentele benadering, maar ook experimenten bij gezonde vrijwilligers en patiënten. Het onderzoek op dit terrein heeft al 53 publicaties in veelal vooraanstaande farmacologische en nefrologische tijdschriften opgeleverd, naast een elftal overzichtsartikelen. Ook het aantal nationale en internationale samenwerkingsverbanden waaraan zij meewerkt valt op. Bovendien neemt Masereeuw intensief deel aan het onderwijsprogramma van de afdeling; ze is inmiddels zeven keer co-promotor geweest bij academische promoties in Nijmegen (klik hier voor het juryrapport).
 
In zijn toespraak refereerde prof. dr. A.F. Cohen uiteraard ook even aan de massale ontslagen die door moederbedrijf MSD zijn aangekondigd bij Organon. Bijna de helft van de 4.500 banen verdwijnen in Oss, waaronder de complete onderzoeksafdeling. Een historische aderlating, aldus Cohen. Hij rekende af met de gedachte dat innovatiebeleid stuurbaar is: “Het overheidsbeleid heeft de laatste jaren steeds meer de neiging de ruimte die nodig is voor innovatie en onderzoek te beperken en te willen sturen. Dat geeft ongewilde en onbedoelde consequenties. Kenmerkend voor innovatie is nu juist dat het komt wanneer je het niet verwacht; als er maar ruimte voor is.” Cohen illustreerde dit aan de hand van zijn eigen familie, die in het woelige Oss van de 19de en begin 20ste eeuw tegen alle verwachtingen in zeer succesvol bleek in het opzetten van grote voedingsmiddelen- en chemieconcerns. “Ook deze pioniers hadden ruimte om ideeën te hebben en vervolgens te verwezenlijken,” zo memoreerde hij. “Bij angst verdwijnt de ruimte; restrictief overheidsbeleid is dan ook de dood in de pot voor innovatie. Met een uitspraak uit de jaren vijftig van de vorige eeuw van George Merck van het gelijknamige concern wees hij de toehoorders nog even op de juiste motivatie bij innovatie: “Onze ideeën zijn er éérst voor de patiënten; later gaan we er wel geld mee verdienen.”
 
Volgens Timmerman zijn het zelfs “tijden van cholera” voor de innovatieve geneesmiddelenindustrie, al vindt hij de gebeurtenissen in Oss niet zo verrassend en hebben ze volgens hem veel gemeen (om met Gabriel Garcia Marquez te blijven spreken) met de “kroniek van een aangekondigde dood”. Niet van de farmaceutische industrie als geheel, maar wel van een aantal bedrijven. De voorspelling uit de jaren negentig - toen de bemoeienis van de overheid met de farmabranche toenam - dat slechts een handjevol grote bedrijven overblijft die een monopoliepositie innemen, komt nu uit. Timmerman ziet dit in Nederland en elders in alle hevigheid gebeuren, en noemt het een van de nare bijwerkingen van overheidsbeleid. Hij waarschuwt dan ook: “Zonder succesvolle commerciële instituten gaat innovatie kapot”. Degenen die hier invloed op hebben maant hij maatregelen te nemen om het innovatieklimaat gunstig te houden.